Twee trauma’s op een kussen

Maarten en Esther komen er niet uit samen.

62EA2E62-529C-42B1-A132-0E8A783D16DC

Maarten vertelt dat hij al jaren met zijn vriendengroep op donderdagavond wat gaat drinken. Zonder partners. Esther is op donderdagavond vrij en wil dan graag samen iets doen. Om de een of andere reden krijgen ze hier steeds meer strijd over. Esther vindt dat Maarten haar buitensluit en Maarten zegt dat ‘ie steeds weer uitlegt dat dat niet zijn bedoeling is.

Ik vraag Esther met haar aandacht naar een donderdagavond te gaan, naar het moment waarop Maarten vertrekt. Ze slikt. “Het is alsof Maarten en al zijn vrienden met hun rug naar mij toestaan. Ze zien mij niet. Maartens rug ziet er hard uit. Ik voel angst”.

Esther kent dat gevoel van toen ze een klein meisje was. Haar ouders keerden haar de rug toe en zagen haar niet. Zij zag hen wel en bleef alert op iedere beweging.

“Maar je hoeft toch niet bang te zijn voor mij?” zegt Maarten.

“Ja, nee, dat weet ik ook wel” zegt Esther. En ze drukt haar rug wat verder in de stoel.

En toch is het zo. Niet omdat ze bang is voor Maarten, maar omdat iets in de situatie haar terugbrengt naar een oud gevoel van angst.

Dat Maarten zegt dat Esther niet bang hoeft te zijn, helpt niet. Dat geeft haar het gevoel dat ze niet bang mag zijn, of dat haar gevoel niet klopt. Ik vraag Maarten of hij bereid is Esthers angst te erkennen. Dat wil hij wel, maar hij weet niet hoe. Hij heeft ooit geleerd dat het zijn schuld is als een ander zich ongelukkig voelt.

Het gaat niet om de gebeurtenis

Bessel vd Kolk beschrijft in zijn boek Traumasporen de casus van Ute en Stan, een echtpaar dat met hun auto in een enorme kettingbotsing terechtkomt. Herbeleving van hetzelfde ongeluk leidt tot twee totaal verschillende hersenscans…

C19A6C25-18B2-45F4-A363-2B1412EF3D18

Kolk, Prof. Dr. Bessel van der (2016). Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen. Eeserveen: Mens.

… en ook tot twee verschillende reacties. Stan (scan links) was actief, had een verhoogde bloeddruk en hartslag, en probeerde uit de auto te komen. Ute (scan rechts) was als bevroren en deed niets – dat was namelijk wat ze als kind had ‘geleerd’ in haar moeilijke thuissituatie.

Ook bij Maarten en Esther raakt dezelfde gebeurtenis bij hen allebei oude trauma’s aan. Bij Esther angst en onveiligheid, bij Maarten een oud gevoel van schuldig gemaakt worden. Zolang ze elk vanuit hun eigen overlevingsstrategie blijven handelen, blijven ze tegenover elkaar staan terwijl ze vastzitten in hun eigen perspectief.

Ik vraag Esther en Maarten om zowel hun eigen pijn als de pijn van de ander te zien. Zowel angst als schuld. Dat vinden ze moeilijk. Pas als ik ze vraag of ze daarvoor een andere houding nodig hebben, verandert er iets. Ze gaan letterlijk en figuurlijk naast elkaar staan, waardoor ze met elkaar mee kunnen kijken.